MENU

WOU 98

NaamWOU 98
Volgnummer11
NRVM nr.-
Jaar1998
 
Werf1890
Jaarv.d. Hoff, Hardinxveld
 
Bouwgegevens
BouwwijzeGeklonken
Aantal spanten13
MastvoetAchterzijde doft
BunNat
Bouwwijze bunGeklonken
Materiaal zeilenKatoen
 
Maten van de boot
Lengte6,965 m
Breedte2,145 m
Holte0,765 m
 
Historie

Welk registratienummer? : Aangenomen wordt dat A. v.d. Pluijm de eerste eigenaar is geweest; de aankoopnota uit 1923 is nog bij de boot aanwezig. Op deze nota staat vermeld dat J.L. Engels 200 gulden heeft betaald aan A. v.d. Pluijm. Het is niet bekend welk (of geen) registratienummer de boot vóór 1923 heeft gehad. Er zijn drie boten van J.L. Engels en later van W.B. Engels die tegelijkertijd STR 1 als registratienummer gevoerd hebben: de huidige WOU 98, de STR 6 (zie VBZ-volgnummer 010) en de STR 1 (zie VBZ-volgnummer 072). In 1998 is gekozen om een nieuw WOU-registratienummer aan te vragen, in plaats van STR 1 als nummer te voeren. De reden hiervoor is dat ‘echte’ registratienummers van zalmschouwen vroeger op naam van de eigenaar uitgegeven werden en niet per boot. Hierdoor is het dus ook mogelijk dat één eigenaar meerdere boten heeft met hetzelfde registratienummer (in dit geval Willem Engels met STR1). Als je deze gedachte doortrekt is het logisch dat wij als nieuwe eigenaar, een nieuw (tegenwoordige ‘officieus’) registratienummer aangevraagd hebben. Destijds waren wij woonachtig in Woudrichem, vandaar WOU. Bouwwijze 1890: Aangenomen wordt dat deze zalmschouw een van de eerste ijzeren zalmschouwen is. De bouwwijze met weinig zeeg lijkt op die van houten zalmschouwen en het boven- en onderboord is aan elkaar geklonken door middel van een lange strip. Deze bouwwijze wordt ook wel het Puttershoeks model genoemd (zie hiervoor het boek Hardinxveld en de riviervisserij blz. 234). Deze bouwwijze is waarschijnlijk slechts een korte periode toegepast door scheepswerf  Van der Hoff te Hardinxveld. Latere aanpassingen 1890-1940: In 1935 is er een Deutz 6 pk inboord motor ingebouwd. Waarschijnlijk vóór 1935 (toen men een inboord motor had hoefde men niet meer te zeilen) zijn er, ±40cm naar voren, extra ophangogen voor zwaarden geplaatst. Het is onduidelijk waarvoor dit gedaan is. Theorie 1: de boot heeft een tamelijk ‘dikke kop’, waardoor bij aan de wind zeilen de kop omgeduwd wordt, door het zwaard verder naar voren te verplaatsen wordt dit effect verkleind, het achterste oog wordt dan niet meer gebruikt. Theorie 2: bij lange rakken aan de wind werden beide zwaarden aan één zijde gehangen om meer tegendruk te verkrijgen en dus minder zijwaarts te drijven. Theorie 3: wie heeft er een theorie? Wij horen jullie reactie graag; mailen kan naar helger@planet.nl. Zeker is in ieder geval dat de ophangogen na het aanbrengen van het extra bovenboord niet meer gebruikt zijn, omdat deze achter het boord vielen. Waarschijnlijk vóór 1935 (toen men een inboordmotor had hoefde men niet meer te roeien) is de bootverbouwd van twee zogenaamde Hardinxveldse roeikasten (sporen hiervan zijn nog aanwezig), naar een extra roeibank voorin en 4 roeipennen zoals vaak gezien wordt bij moerdijkers. Onduidelijk is wanneer de beun verlengd is met één spant, waarschijnlijk is dit rond 1935 geweest. Hierdoor kwam de boot in ieder geval wel dieper in het water te liggen, vooral aan de achterkant. De combinatie van de verlengde beun en de zware inboord motor zorgde ervoor dat achteropkomende golven binnen liepen. Bovendien kwam het water waarschijnlijk ook via de beunkoker de boot in. Om dit probleem het hoofd te bieden, zijn waarschijnlijk eerst houten bovenboorden aangebracht als verhoging van het ijzeren bovenboord, aangezien er in de rand gaten hiervoor zitten. Rond 1938 is een extra bovenboord, bovenop het bovenboord geklonken. Dit bovenboord liep van de achterzijde van de boot (±40 cm hoog) tot de eerste roeipen. Daarnaast was de beunkoker met ±30 cm verhoogd. Tussen 1940 en 1993 is er waarschijnlijk weinig aangepast aan de boot.     Recente aanpassingen 1993-2005: Bij de restauratie is er voor gekozen om enkele oudere aanpassingen aan de boot te laten zitten, zoals de roeipennen en de extra roeibank voorin. Door de vorige eigenaar (J. v. Andel) is ervoor gekozen om de extra bovenboorden wel te verwijderen, omdat dit toch onpraktisch en een wel erg vreemd gezicht was. Ook de verlengde beun is door de vorige eigenaar verwijderd. De beun is van twee spanten teruggebracht naar één spant, omdat het gedeelte van de beun waar de originele beun en de verlenging elkaar overlapten erg slecht was. De originele bun, met gaten, is nog aanwezig, maar aan de buitenzijde van de boot zijn er nieuwe staalplaten, zonder gaten, opgelast, zodat een droge bun verkregen is, zonder dat de originele, geklonken bun, met gaten, verwijderd is. Bij de verdere restauratie is nauwelijks nieuw staal gebruikt. Zo is bijvoorbeeld het achterschot van de beun gemaakt van stukken van het verwijderde extra bovenboord. De diverse slechte stukken in de boot zijn steeds eruit geslepen, waarbij een zo klein mogelijk gat gemaakt is, vervolgens is een goed stuk oud ijzer (afkomstig van het verwijderde extra bovenboord) in het gat gelast en is de lasrups gladgeslepen. Door deze werkwijze blijft het karakter van de boot bewaard en hoeft geen nieuw materiaal toegevoegd te worden. Door deze manier van restaureren is waarschijnlijk meer dan 95% van het ijzer (incl. de klinknagels) van de boot, ouder dan 1935. In tegenstelling tot de hierboven beschreven werkwijze, wordt er bij een restauratie, als er ergens een slecht stuk zit, vaak gekozen voor het geheel verwijderen van de hele plaat, incl. de klinknagels. De verwijderde plaat dient dan alleen nog als mal voor een nieuwe plaat en de nieuwe plaat wordt er vervolgens in geklonken. Deze werkwijze heeft niet mijn voorkeur omdat er hierdoor eerder sprake is van het maken van een replica van het origineel in plaats van het behouden en restaureren van het origineel. Als ik deze werkwijze toegepast zou hebben zou waarschijnlijk nog maar circa 60 % van het ijzer (incl. de klinknagels) van de boot ouder dan 1935 geweest zijn en zou de boot dus voor 40% een replica uit 2004 geworden zijn. Bij het verzamelen van spullen voor de uitrusting van de boot zijn zoveel mogelijk echte oude spullen, (dus geen replica’s) gevonden: Hardixveldse zwaarden en roer van een driekwarter, mast, roeispanen, avapeur, handgemaakte oude getaande fok (alle genoemde zaken zijn naar schatting ouder dan 75 jaar). Daarnaast is er een oud getaand grootzeil met STR 1 erop geschilderd bij de boot aanwezig, incl. twee oude stagen. Het grootzeil is waarschijnlijk een spriettuig geweest dat rond 1935 vermaakt is naar een soort gaffeltuig (zonder giek denk ik). Deze oude gaffel is nog bij de boot aanwezig, maar wordt niet meer door ons gebruikt omdat dit grootzeil nu weer als spriettuig gebruikt wordt. Na 12 jaar op het droge, waarvan eerst 7 jaar bij Toon Baks in het gras en daarna 5 jaar in een schuur in de Daalderstraat, is uiteindelijk in 2005 de WOU 98 feestelijk te water gelaten. Helger Van Andel WOU 98

Foto's
Naar overzicht
(c) copyright Vereniging tot Behoud van de Zalmschouw 2013 | Sitemap | Disclaimer | Realisatie: DORST communicatie